Disclaimer: deze tutorial (1) is volledig afgestemd op het maken van foto's van kleine objecten (in casu, archeologische vondsten, metaaldetectievondsten, ...) ten behoeve van platformen zonder hoge eisen inzake resolutie, (2) werd opgesteld ten behoeve van gebruikers die geen voorkennis van fotografie hebben, (3) is compatibel alle digitale fototoestellen - hoewel ik een smartphone niet onmiddellijk zou aanraden, en (4) gaat uit van een zeer minimale nabewerking (nl. bijsnijden).
Heb je al wat kennis van fotografie, dan zal de tutorial ongetwijfeld op bepaalde punten als suboptimaal overkomen (bijvoorbeeld de lage vergroting en sterke mate van bijsnijden, het niet werken met een grijskaart, enz.). Het doel is evenwel het systematisch bekomen van een duidelijke afbeelding van een object, zonder franjes maar bruikbaar persoonlijke registratie en zelfs opname in databanken. Dit betekent natuurlijk ook dat foto's zoals deze op het titelplaatje op andere manieren tot stand komen, maar misschien vormt deze tutorial wel het begin van een meeslepende hobby, die wel eens volledig uit de hand zou kunnen lopen (ik kan ervan meespreken).

Met dank aan het Provinciaal Archeologisch Museum van Velzeke voor hun toestemming om foto's van de zegelring, de pot en de munt te gebruiken.

Dit is het soort foto waar we naartoe gaan werken: één van de aanzichten van een archeologische vondst, tegen een witte of lichtgrijze achtergrond, vergezeld van een schaallat. In dit geval een bovenaanzicht van een reconstrueerde ring met ringsteen (met dank aan het Provinciaal Archeologisch Museum Velzeke voor het uitlenen van de vondst; het copyright van alle foto's van het stuk ligt zowel bij mijzelf als bij het museum).
STAP 1: de juiste lichtbron
De meest voor de hand liggende lichtbron is meteen de beste en goedkoopste die we ter beschikking hebben: de zon. Buiten fotograferen betekent dat de lichtintensiteit steeds voldoende is om bewegingsonscherpte* te vermijden, en dat de lichtkleur** perfect in te stellen is op de camera. Een bewolkte hemel is hierbij ideaal, en dankzij onze typische Belgische zomers is die bijna doorheen het jaar beschikbaar. De lichtbron is in dergelijk geval niet niet de (ten opzichte van het onderwerp) relatief kleine zon, maar de volledige hemel. Dergelijke (opnieuw ten opzichte van het onderwerp beschouwd) grote lichtbron zorgt voor een zacht, verstrooid licht, waardoor je ofwel geen, ofwel enkel lichte schaduwen bekomt met heel 'wollige' randen.
* Dit soort onscherpte herken je aan het feit dat er niets scherp is op je foto. Dit komt omdat je camera bewoog terwijl je sluiter open stond en de opname dus bezig was. In extreme gevallen kan je duidelijk zien in welke richting je beeld 'uitgesmeerd' is.
** zie verder, witbalans
Fotografeer je daarentegen bij heldere hemel, dan zal je zien dat dit resulteert in scherp omschreven en zeer donkere schaduwen, die vaak de textuur van je vondst goed laten uitkomen, maar de vorm en kleur vaak slecht leesbaar maken (zie foto's hieronder: zacht licht vs. vrij hard licht). Wat we nodig hebben is dus iets dat tussen schaduwloos licht en licht met harde schaduwen zit, zodat we van de voordelen van beide gebruik kunnen maken.
Fotografeer je binnen, dan zal je ondervinden dat je al gauw te weinig licht ter beschikking hebt, en dus met bewegingsonscherpte geconfronteerd gaat worden. Als je lens één of andere vorm van stabilisatie heeft*, en een zogenaamde kitlens heeft dat doorgaans, zet deze dan zeker aan en ga na of dit de bewegingsonscherpte tegengaat. Is dat niet het geval, dat kan je eventueel je camera op een rijstzak leggen, maar eigenlijk is de beste oplossing werken vanop een statief. Gezien je wellicht geen al te zware camera/lenzen zal gebruiken, en gezien je uiteraard niet fotografeert bij wind, mag dit gerust een goedkoop exemplaar zijn. Zeer belangrijk: zorg dat bij gebruik op statief (of rijstzak) de stabilisatie af staat ! Werk eventueel ook met een afstandsbediening, of zet je timer aan (5 seconden bijvoorbeeld). Dit zorgt ervoor dat eventuele trillingen (van het statief, de tafel, ...) uitgedoofd zijn. Sta stil tijdens het fotograferen, want ook je voetstappen kunnen voor trillingen zorgen !
* 'VR' bij Nikon, 'IS' bij Canon; 'OS' bij Sigma, 'VC' bij Tamron, ...; de stabilisatie kan zowel in de lens als in de body van de camera zitten
Eén van de beste manieren om van de zon gebruik te maken is zogenaamd raamlicht: genoeg schaduw en directionaliteit om het te fotograferen voorwerp diepte en dimensionaliteit te geven, maar niet zoveel schaduw dat de vorm en kleur teveel gemaskeerd worden. Dit is letterlijk het soort licht waar bijvoorbeeld de Nederlandse 17e-eeuwe schilder Vermeer gebruik van maakte. Denk aan 'Het meisje met de parel' of 'Het melkmeisje'. Wat werkte voor Vermeer, werkt nog steeds en werkt ook voor ons.
Maak je opstelling in de directe nabijheid van een raam (maar niet vlak ertegen) en zorg dat het licht van links of rechts invalt op je vondst. Bij een bewolkte hemel voldoet gelijk welk raam, bij heldere hemel kies je een raam dat uitkijkt op het noorden (op die manier vermijd je te harde schaduwen). Lukt dit niet, dan kan je (één of meerdere vellen) kalkpapier op het glas kleven. Let wel, hoewel dit het licht zachter maakt, zal ook de lichtsterkte aanzienlijk dalen. Een statief of een andere vorm van ondersteuning van je camera zal in dergelijk geval meer dan welkom zijn.
Hoewel ik in deze tutorial uitga van raamlicht (dat is wat je op de foto's ziet tenzij anders vermeld), zou je echter ook met kunstmatig licht kunnen werken. Kan je overweg met flitsers, dan heb je wellicht deze how-to niet nodig, dus ga ik even uit van continu licht in vorm van de huis-tuin-en-keukengloeilampen. Je gewone binnenverlichting is hierbij eigenlijk ontoereikend, omdat een lamp aan het plafond zich te ver van je onderwerp bevindt en er dus niet veel licht meer ter beschikking is ter hoogte van je vondst (om nog maar te zwijgen van dubbele schaduwen in geval van meerdere lichtbronnen zoals spots). Je zal zien dat dit licht mogelijk ook vrij hard is, wat het ongeschikt maakt voor wat we willen doen. Kies je echter voor kunstmatig licht, dan zou ik twee bureaulampen, voorzien van een gloeilamp of halogeenlamp, aanraden, of twee (halogeen) bouwlampen. Je kan deze dan bijvoorbeeld als volgt opstellen:
Op de foto hierboven zie je twee flitsers waarvan enkel de instellamp gebruikt wordt (2 x 150 Watt, gloeilampen). De vondst bevindt zich in een plastiek bak, die op een witte piepschuimplaat staat. De bak is voor enkele euro's te koop onder de naam 'Trofast', is te vinden bij een welbekende Zweedse meubelwinkel (de naam van de bak was wellicht al een indicatie), en ziet er rechtopstaand zo uit:

foto: www.ikea.be

Voor vondsten die je van bovenaf fotografeert (vb. een munt) zet je de bak rechtop, of gebruik je de lampenkap van de Melodi-armatuur, te koop bij dezelfde winkel. Let op: zet je lampen niet te dicht bij het plastiek, of zet ze na iedere foto terug naar achter, want plastiek heeft de onhebbelijke gewoonte om te smelten !
STAP 2: de juiste achtergrond
Nu we de juiste lichtbron gekozen hebben, is het tijd om even stil te staan bij de achtergrond. Kies hierbij steeds wit papier, zoals gewoon kantoorpapier. Grijs, gekleurd, of zelfs (gelig) recyclagepapier laat je zeker links liggen.
Leg enkele bladen op elkaar, zodat de (gekleurde) ondergrond er niet door komt. Je kleeft ze best ook vast, zodat je gemakkelijker kan werken.
Voor een 3D-object, zoals de ring, breng je de achterkant van het blad naar omhoog, tot een zogenaamde 'infini'. Dit zorgt ervoor dat de rand van het papier bij een laag camerastandpunt buiten beeld blijft, er dus geen 'horizon' zichtbaar is, en het papier tot in het oneindige lijkt door te lopen.
Voor platte zaken zoals munten zal je van bovenaf moeten fotograferen, waardoor je de achtergrond gewoon plat op tafel kan leggen.
STAP 3: de juiste lens
Hoewel je een macrolens zou kunnen aanschaffen, volstaat een gewone 'kitlens', bijvoorbeeld een zoomlens van het type EF-S 18-55 3.5-5.6 IS (Canon), tenzij je vondst heel klein is. Het is immers helemaal niet de bedoeling dat we met de camera heel dicht tegen de vondst aan gaan fotograferen*. Vermijd de groothoekinstelling op je zoomlens, en zoom voldoende in. Bij bovenstaande lens kies je bijvoorbeeld niet voor 18, maar ga voor 50-55. Idem voor een compactcamera: zoom voldoende in. Zoals ik al aangaf in de disclaimer, is het gebruik van een GSM-camera mogelijk problematisch, omdat deze op het moment van schrijven meest enkel over een vaste groothoeklens beschikken (blame selfies !), en foto's dus aan sterke perspectiefvervorming onderhevig zijn (opnieuw die selfies !). Daarnaast heb ik ondervonden dat smartphones ook vaak ongevraagd een aantal bewerkingen op je foto loslaten om deze te 'verbeteren', steeds met nefaste gevolgen omdat het toestel zich niet aan dit soort opname verwacht - en wellicht kan je die bewerkingen niet uitzetten.
* Geheel ter info: dit is belangrijk voor verschillende zaken, zoals het bekomen van voldoende scherptediepte, voor het vermijden van vervorming door perspectiefwerking, en, ingeval van een niet-macrolens, voor het streven naar voldoende algehele scherpte (vermijden van diffractie door het dichtknijpen van de lens, en vermijden van de kortst mogelijke scherpstelafstand, die bij een gewone (kit)lens meestal geen scherpe foto's oplevert). In ons geval is het (misschien vreemd genoeg) ook belangrijk voor het bekomen van een correcte belichting, zoals verder aan bod komt.

Ga dus voldoende ver achteruit en zoom in, zodat het object ongeveer 1/6e van de breedte, en 1/6e van de hoogte inneemt. Belangrijk: dit is een richtwaarde, waar je niet veel mee kan misdoen (je verliest wel wat resolutie, zoals we zullen zien). Als het object groter in beeld komt, betekent dit dat je camera wellicht dichter staat, met (all things being equal) dat de scherptediepte kleiner wordt en de perspectiefvervorming groter. Het hangt van het onderwerp af of deze laatste gewenst zijn.
STAP 4: steek het licht een handje toe
De foto hieronder is gemaakt met raamlicht, met een raam op het oosten tijdens een bewolkte hemel. Toch zie je een lichte schaduw aan de linkerkant van de ring, en dat komt omdat de lichtbron niet langer de hele hemel is, maar het raam. Omdat het licht via de beperkte opening van je raam binnenvalt, wordt het niet enkel iets harder, maar krijgt het ook een directionaliteit mee. Beide uiten zich in de vorm van zachte schaduwen, wat bijvoorbeeld zeer geliefd is bij portretfotografen. Het voordeel voor ons is dat textuur iets beter zichtbaar wordt (de eerste foto van de pot heeft dat bijvoorbeeld niet), en het object zelf diepte en dimensionaliteit krijgt. Het nadeel is dat het deel van je vondst dat zich aan de schaduwkant bevindt, wellicht onderbelicht zal zijn.
Daarom kan je een zogenaamde reflector aan de schaduwzijde zetten, om deze wat op te lichten. Neem hiervoor steeds een wit vlak, zoals een wit blad (eventueel gevouwen) of een stuk piepschuim:
Na wat draaien en kantelen zal je vlug de ideale positie vinden - licht gedraagt zich namelijk als een biljartbal bij het (weer)kaatsen, en is dus heel voorspelbaar. Let wel op dat je de reflector niet te dicht zet. Het gevaar bestaat immers dat je de schaduwzijde te veel en met te zacht licht verlicht, wat een zeer onnatuurlijk resultaat oplevert. Het verschil tussen een subtiel belichte en een onbelichte schaduwzijde, ziet er respectievelijk zo uit:
Het voordeel van een geplooid blad ten opzichte van een vlak blad of piepschuimplaat, is dat het ding vanzelf blijft staan, en in bepaalde mate meteen ook de voorkant van je vondst kan bijlichten. In bovenstaand voorbeeld heb ik dat echter niet gedaan - maar het was wel beter geweest.

Ander voorbeeldje is opnieuw onze twee potten. Hier komt het licht uiteraard van links, niet van rechts zoals bij de ring, en werd er gebruik gemaakt van vrij hard licht, geen raamlicht. Je kan hier ook zien dat het gereflecteerde licht dat op de schaduwzijde valt, net iets zachter is dan het zogenaamde hoofdlicht omdat de opgelichte schaduwzijde net iets minder textuur vertoont.
Om zo veel mogelijk van het beschikbare licht in te zetten, zou je bij het fotograferen ook witte bovenkledij kunnen dragen. Donkere kledij absorbeert namelijk licht, en gekleurde kledij kan zorgen voor een kleurzweem op je foto die slechts met nabewerking (en vaak heel wat moeite) te verwijderen is.
Maak je gebruik van een Trofast bak en kunstmatige verlichting, dan zal je zien dat de afstand van het licht tot de bak een belangrijke rol speelt. Hoe dichter de lichtbronnen bij de bak staan, hoe harder het licht (echt hard gaat het echter niet worden zonder een brandje te stichten). Zet je de lampen iets verder, dan zal je doorgaans een zeer zacht licht bekomen (de lichtbron wordt de bak in plaats van een diffuse cirkel op de wand van de bak), en waar dus alle directionaliteit uit verdwenen is. Dit gaat al snel een beetje "vlak" en levenloos aanvoelen.
Links de foto met raamlicht en reflector, rechts de foto in de Trofast bak. De foto rechts is OK, maar de linkse heeft iets meer 'punch'. Je zou de fletse rechtse foto kunnen verbeteren door slechts 1 lamp te gebruiken (en een reflector aan de andere kant, in de bak) of twee lampen met een andere lichtsterkte, maar op dit punt ga je wat moeten experimenteren met het aantal lichtbronnen en reflectoren, omdat elke vondst anders is.
STAP 5 : de juiste camera-instellingen
Nu moet je misschien even de handleiding van je camera erbij halen. De bedoeling is dat we het toestel zo instellen dat we na het nemen van de foto deze enkel nog moeten bijsnijden. In de veronderstelling dat je de voorgaande richtlijnen perfect opgevolgd hebt, zijn de instellingen de volgende:

A) Kies de belichtingsmodus. Je kan deze doorgaans instellen via een keuzewiel aan de bovenkant van je camera. De waarde die we nodig hebben is A of Av. De afkorting in kwestie varieert wat tussen merken onderling, maar ze verwijst steeds naar Aperture value of diafragmavoorkeuze. Andere mogelijkheden, die we hier links laten liggen, zijn P (program), T of Tv (Time value), M (manual) en het beruchte groene rechthoekje (het symbool voor volautomatisch).
B) Stel de gepaste diafragmawaarde in, bijvoorbeeld F2.8, F8, F11, ... Dit kan meestal via een instelwiel bediend door duim of wijsvinger. De te gebruiken waarde is afhankelijk van het soort camera en de vondst die je wil fotograferen. Hier wordt het even opletten. De bedoeling is een waarde te kiezen waarbij je object over de volledige diepte scherp is. Of anders gezegd, waarbij de scherptediepte van je foto je volledige vondst omvat.  Hoe groter het diafragmagetal (en hoe kleiner de sensor van je camera), hoe groter de scherptediepte. Concreet:
Gebruik je een compactcamera of een gsm, kies dan de kleinst mogelijke waarde voor het diafragma. We gaan hier even voorbij aan het feit dat deze waarden eigenlijk breuken zijn waarvan de teller niet uitgeschreven wordt, en veronderstellen dat F2.8 kleiner is dan F11. Scherptediepte zal hier nooit een probleem zijn.
Heb je een micro 4/3 camera (bijvoorbeeld Panasonic of Olympus), dan is F2.8 een goede startwaarde voor een munt, en F5.6 een goede startwaarde voor een 3D-object. Als blijkt dat je object niet volledig scherp afgebeeld staat (je kan dat al zien op de achterkant van de camera als je even op de gemaakte foto inzoomt), verhoog dan de waarde.
Voor een APS-C camera wordt dit respectievelijk F4 en F8. Dit zijn wellicht de meest gebruikte spiegelreflexen, en omvatten bijvoorbeeld de xxD, de xxxD en de xxxxD reeks bij Canon, en de xxD, de 3000, de 5000 en de 7000 reeks bij Nikon. Nikon duidt dit soort camera's aan met 'DX'.
Heb je een zogenaamde fullframe camera ('FX' in Nikon terminologie), dan zijn de richtwaarden F5.6 en F11.
Vermijd hogere waarden dan de bovenstaande hoogste limiet als je kan, omdat deze de beeldkwaliteit verminderen (diffractie)

C) Stel de ISO-waarde in. Dit gaat meestal via het indrukken van een knop en het verdraaien van een instelwiel. Hoe hoger deze waarde, hoe lager de beeldkwaliteit. Het best kies je hier dus de laagste waarde (meestal 100, soms 200 naargelang de camera). De ISO-waarde bepaalt de mate waarin het beeldsignaal versterkt wordt. Hoe meer je dit doet, hoe meer je ook de ruis gaat versterken (wat bijvoorbeeld ook gebeurt als je bij muziek die op een laag volume opgenomen werd, het volume van je versterker opendraait). Als je binnen fotografeert zonder statief, dan moet je al gauw voor ISO 800 gaan. De gevolgen voor de beeldkwaliteit zullen in dat geval wellicht al vrij goed zichtbaar zijn, vooral ook omdat we het uiteindelijke beeld gaan bijsnijden. Vandaar de aanbeveling om met een (goedkoop) statief te werken.

D) Kies de correcte witbalans (WB). In tegenstelling tot het vorig punt is dit vrij eenvoudig. De camera bevat een aantal voorgeprogrammeerde waarden, die elk geënt zijn op een bepaalde lichtbron of lichtomstandigheden (vb gloeilamp, daglicht, bewolkt, ...). Kies deze die het best overeenkomt met de situatie op dat moment, en neem een testfoto. Als je wit blad mooi wit of (zacht) lichtgrijs is, zit je goed. Heeft je wit een blauwe, gelige, groene of magenta kleurzweem, kies dan voor de automatische witbalans (auto WB). Meestal zal die er niet ver naast zitten, zeker als je buiten fotografeert. Kies ook steeds (en meteen) voor de auto WB als je kalkpapier tegen het raam hangt of met de Trofast werkt.

E) Stel de belichtingscompensatie in op +2. Dit is een richtwaarde. Is je object te donker, verhoog dan bijvoorbeeld tot +2,6. Hoe hoger deze waarde, hoe witter ook je achtergrond zal zijn. Bedenk dat donkere metalen objecten wel wat meer belicht mogen worden om voldoende detail te kunnen zien. Voor dergelijke stukken mag je dus wel iets hoger compenseren.
Je vindt de functie op de meeste camera's terug in vorm van een toets die je bedient in combinatie met het instelwiel. Bij bijvoorbeeld Sony is dit een apart wiel (helemaal rechts):  
foto's: internet
Je kan de ingestelde compensatie ook zien in je zoeker of op je scherm (foto links toont een compensatie van 0, de afbeelding rechts een compensatie van -1,6):
foto's: internet
F) Ga na of je lichtmeetmodus ingesteld is op matrixmeting (Nikon) of meervlaksmeting (Canon). Centrumgewogen en spotmeting zullen gegarandeerd overbelichte resultaten opleveren. Als je de meetmethode nog nooit gewijzigd hebt, staat ze vanzelf in orde.
G) Als je in JPEG-formaat fotografeert, waar ik hier van uitga, kies dan de hoogste kwaliteitsinstelling (bijvoorbeeld JPEG fine) en de neutrale of natuurlijke 'picture style'. Als je in RAW-formaat fotografeert, worden foto's in de hoogste kwaliteit opgeslagen, en kan je parameters zoals witbalans en selectieve belichting achteraf nog bijstellen zonder (of met heel weinig) kwaliteitsverlies.
STAP 6: prepare, aim, and shoot - repeat
Bereid de 'scene' voor: zorg dat je papieren achtergrond stofvrij en niet vuil is. Kuis ook het voorwerp op indien mogelijk. Plaats je schaallat in je scherpstelvlak (de zone parallel met de sensor van je camera waarbinnen alles scherp is): bij een munt leg je die gewoon op je achtergrond, bij een 3D-object zet je die op dezelfde lijn als het punt waarop je zal scherpstellen. Plaats je vondst in het midden van het beeld.
Stel scherp. Je kan dit automatisch, en via het middelste scherpstelpunt. Een betere methode is echter via LiveView, maar dan werk je wel op statief. Zet hierbij je lens (schuifschakelaar op de zijkant) en je camera op manuele scherpstelling, schakel LiveView in, zoom met de "+"-toets (niet met de lens !) in op de plaats waarop je wil scherpstellen, en draai aan de scherpstelring van de lens tot je beeld scherp is.
Maak de foto. Leg hiervoor LiveView af, en stel de zelfontspanner in op 5 of 10 seconden, eventueel in combinatie met een afstandsbediening. Denk eraan om bij het fotograferen vanop statief/rijstzak je beeldstabilisatie af te zetten. Bij fotograferen uit de hand zorg je dat je beeldstabilisatie aan staat.
Herhaal dit voor de verschillende aanzichten van de vondst, zet je foto's over op je computer, en snij de foto's nog wat bij. Heb je hiervoor geen aparte software, dan kan je gerust Paint gebruiken (zit standaard bij Windows).
Hierboven nog eens de originele en de bijgesneden foto. Zorg dat je minstens 1500 x 1000 pixels overhoudt (= ongeveer 1,5 Megapixels), wat neerkomt op een schermvullend beeld op een HD-monitor

Klaar !



Het is uiteraard de bedoeling om deze tutorial zo bruikbaar mogelijk te maken, dus laat mij gerust weten wat je ervan vindt of hoe hij kan verbeterd worden... Like de facebookpagina en laat er een berichtje achter, of contacteer mij via het contactformulier op mijn hoofdpagina.

You may also like

Back to Top